We zijn tegen onnodige stadionverboden. Onnodig in de zin dat zij het oorspronkelijke doel voorbijstreven (geweld tegengaan) maar gebruikt worden om elke vorm van ongewenst gedrag te straffen.
Het oorspronkelijke doel van het uitdelen van stadionverboden was het straffen van personen die ernstig over de schreef gingen rondom voetbalwedstrijden, meestal vanwege geweld. Tegenwoordig wordt het als middel ingezet om elke vorm van enigszins ongewenst gedrag de kop in te drukken. Enkele voorbeelden van ‘misdragingen’ waar de afgelopen jaren stadionverboden voor zijn uitgedeeld:
- Het staan op een trap op de tribune in plaats van bij een stoeltje
- Het ontbloten van het bovenlijf
- Het drinken van bier in de eigen auto (niet door de bestuurder), waar dat kennelijk verboden was
- Het in een hek hangen (bijvoorbeeld na een doelpunt)
Hier zitten nog niet de situaties bij waarin gedreigd wordt met een stadionverbod, bijvoorbeeld voor het plakken van stickers of als er om een uitleg van een instructie (bijvoorbeeld van een steward) gevraagd wordt.
Het meest kwalijk zijn echter de gevallen waarbij een stadionverbod ‘uit voorzorg’ of ‘op basis van een vermoeden’ wordt uitgedeeld. Zo ontvangen personen die rondom een voetbalwedstrijd zijn opgepakt vaak meteen een stadionverbod, lopende het onderzoek; oftewel nog voordat schuld bewezen is, ongeacht of er sprake is van kans op herhaling en ongeacht of de aanleiding gerelateerd was aan de voetbalwedstrijd. Daarnaast geldt rondom voetbalwedstrijden het omgekeerde van de normale rechtsgang in Nederland: de beschuldigde moet zijn onschuld aantonen in plaats van dat bewezen moet worden dat hij schuldig is. Bijkomend nadeel van deze omgekeerde rechtsgang is dat de behandeling van deze zaken vaak dusdanig traag verloopt, dat de supporter in kwestie maandenlang een (mogelijk onterecht) stadionverbod heeft uitgezeten voordat zijn schuld bewezen of ontkend is.
Twee recente voorbeelden:
- Bij SC Heerenveen is een stadionverbod uitgedeeld ‘op basis van het vermoeden van betrokkenheid bij het afsteken van vuurwerk’.
- Bij de wedstrijd Roda JC – FC Groningen in 2007 is een Groningensupporter door een beveiligingsmedewerker aangeklaagd voor mishandeling. Lopende dit onderzoek mocht deze supporter de stadions niet in. Een klein jaar later is hij vrijgesproken, omdat het verhaal van de beveiligingsmedewerker op basis van videobeelden aantoonbaar niet klopte.
Bovenstaande zijn slechts enkele van de vele voorbeelden van foutief gebruik van stadionverboden. Een stadionverbod hoort opgelegd te worden als daarmee het doel wordt gediend dat herhaling van zeer ongewenst gedrag wordt voorkomen. Het hoort echter niet gebruikt te worden als pressiemiddel of gemakkelijke maatregel tegen gedragingen die subjectief gezien onwenselijk zijn.